Eindbaas: John Oliver gaat op een fact-backed rant over Netneutraliteit.

Schermafbeelding 2014-09-16 om 11.06.30

“Leaving net neutrality over to the FCC is like getting a Dingo to watch over your baby”

Al in 2010 schreef ik mijn bachelor scriptie over netneutraliteit: het principe dat elk data-pakketje gelijk behandeld wordt. Gelijkheid van gebruikers en non-discriminatie van data zijn niet meer van deze tijd en maken het internet op de lange termijn niet functioneel, aldus commerciële partijen. Een andere kant van het debat, met onder andere een van de vaders van het web Tim Berners-lee voorop, betoogt dat een neutraal communicatieplatform essentieel is voor de democratie, maar ook voor een markt die draait op innovatie.

Tegenstanders van netneutraliteit, veelal telecombedrijven en internetproviders, pleiten voor afschaffing van dit principe. We gebruiken het internet anders dan vroeger. Waar relatief ‘lichte’ diensten als e-mail, surfen en IM vroeger de bovenhand hadden, zijn de diensten die we nu gebruiker (P2P, videostreaming, VoiP) een veel zwaardere belast voor het netwerk.  Betaalde spitsstroken op internet die onderscheid maken in verkeer en hierop de snelheid aanpassen zouden investeringen om bandbreedte te vergroten mogelijk moeten maken. Dit is volgens deze partijen de enige manier om het web functioneel en up and running te houden. Naast dit praktische argument, pleiten zij ook voor een neo-liberalistische markt: een markt zonder overheidsbemoeienis.

Een blik op de belangrijkste mediarevoluties, telefoon, radio, film en televisie, laat zien dat immuniteit voor commerciële monopolies niet bestaat. Het web lijkt geen uitzondering op deze regel.  Het web is in een logische oscillatie van open naar gesloten terechtgekomen. Een cyclus waar elk ‘revolutionair’ medium uiteindelijk aan moet geloven.  De geschiedenis laat een typische progressie van informatietechnologieën zien: van hobby tot industrie. Uitvindingen als de telefoon, radio, film en televisie doorliepen eenzelfde cyclus die start bij revolutionaire nieuwheid en jeugdige, utopische connotaties en uiteindelijk resulteert in een plek die dezelfde (gecentraliseerde) sociale structuren kent als we kennen uit de industriële revolutie.

Elk medium wordt uiteindelijk een sterk gecentraliseerde en geïntegreerde nieuwe industrie. Zonder uitzondering evolueerden alle revolutionaire media, waarbij vrij gebruik werd aangemoedigd om verdere ontwikkeling en persoonlijke expressie te bevorderen, in privaatgecontroleerde, kolossale industrieën waarin de stroom en de natuur van de content sterk onder toezicht staat om commerciële redenen (meer over deze cyclus in het boek The Master Switch van Tim Wu, een onderzoeker aan de Columbia University en een van de leidende auteurs op het gebied van netneutraliteit).

Het grootste probleem van netneutraliteit is dat een enorme saaie wirwar is van juridische constructies en truukjes. Soms kunnen we dan blijven lullen over het belang ergens van, zonder dat we een kritische massa bereiken van wie de steun echt cruciaal is. Thank god for John Oliver dus. In deze 13 minuten durende monoloog legt John het nog allemaal een keer uit. Met humor, mooie metaforen en een uiterst heldere verklaring waarom dit voor iedereen belangrijk is. Op het moment van schrijven is de video bijna 6 miljoen keer bekeken, op naar Justin Bieber-achtige views wat mij betreft. Kijken dus!

Leave a Reply