Netneutraliteit: ideologie vs. commercie (2)

In de vorige post over dit debat ben ik ingegaan de betrokken partijen en hun belangen. In deze post ga ik dieper in op de economische motieven achter dit debat. De objectiviteit wordt vanaf hier redelijk overboord gegooid. In deze post zal mijn mening en de kant van het debat die ik representeer al sterk naar voren komen. U bent gewaarschuwd.

Netneutraliteit is niet meer van deze tijd
Simpel gezegd staat netneutraliteit nu ter discussie, omdat netwerkeigenaren moeite hebben te voldoen aan de enorme hoeveelheid heterogene eisen van gebruikers van het web.In de begindagen werd het web gedomineerd door diensten als e-mail en het simpelweg surfen over het web. Vertragingen, door overbelasting van het netwerk, waren in die tijd nauwelijks merkbaar voor gebruikers. Tegenwoordig doen we online natuurlijk veel meer. Nieuwe applicaties als (video)bellen via het web met diensten als Skype of VoIP en videostreamingdiensten als Netflix en YouTube vragen meer capaciteit van het web dan het traditionele gebruik. Vertragingen in huidige verbindingen zijn veel meer merkbaar dan toen en hebben grotere gevolgen.

Telecombedrijven claimen dan ook dat netneutraliteit niet meer van deze tijd is: bovengenoemde diensten vragen te veel netwerkcapaciteit om aangeboden te worden tegen dezelfde tarieven als gewoonweg surfen op het web. Onderscheid in data en tarieven is nodig om het web functioneel te houden. Wanneer het gebruik van het web verandert, horen de tarieven mee te veranderen volgens de telecombedrijven. Waar het om draait is dat telecombedrijven vinden dat partijen zoals Google, Netflix, YouTube en Facebook geld verdienen met hun content die zijn weg vindt over een netwerk dat een derde partij financieert. Daar willen zij simpelweg meer geld voor zien. Een voorbeeld hoe dat eruit zou kunnen zien illustreert het plaatje hiernaast. De gevolgen zijn echter aanzienlijk voor het web als innovatieve markt.

Open markt waarborgt innovatie
Een van de meest gebruikte argumenten tegen netneutraliteit, naast een ‘logische’ marktwerking, is dat het innovatie zou tegenwerken. Als telecombedrijven een tarievensysteem kunnen hanteren, zou er meer geld vrij komen om te investeren in het web, bijvoorbeeld voor het vergroten van bandbreedte. Ik ben het hier deels mee eens. Investeringen in het netwerk is uiteraard een vorm van innovatie, het gevolg voor innovatie van producten op het web kent echter een averechts effect. Het web bewijst namelijk al jarenlang een podium te zijn voor een enorm innovatieve markt. Het is een open markt die innovatie van binnenuit, maar juist ook van buitenaf, stimuleert. Daarnaast is het neveneffect van een tarievensysteem dat prioriteiten binnen data worden vastgesteld op basis van commerciële motieven en dit zou een gecentraliseerde machtspositie creëren voor commerciële partijen.

Een gecentraliseerde gatekeeper is het tegenovergestelde van het gedecentraliseerd karakter van het web dat innovatie op grote schaal mogelijk maakt. Dit vindt ook Tim Berners-Lee.  Dit zou een transformatie van de markt betekenen met nadelige gevolgen voor innovatie op die markt. Een transformatie van een markt die gedreven wordt door innovatie naar een markt die geregeerd wordt door het maken van lucratieve deals met providers. Een markt waar aanbieders gefixeerd zijn op het maken van een deal die hun dienst snel en goed bereikbaar maakt, in plaats van het verbeteren en innoveren van het product zelf. Een extreem voorbeeld: een markt waar een gecentraliseerde macht de dienst uitmaakt is geen markt, maar een economie die stilstaat.

Dit druist in tegen het meritocratische karakter van het web en maakt het web minder efficiënt. Wanneer gebruikers Nu.nl beter vinden dan een website van een krant, zullen ze daar heen gaan. Wanneer Google betere zoekresultaten oplevert dan Bing, dan is Google de zoekmachine die men gebruikt. Controle ligt bij producenten en gebruikers, niet bij de netwerken die producenten en gebruikers aan elkaar verbinden (Lessig en McChesney beschrijven dit in een artikel in The Washington Post).

Webfilosofie van Tony Soprano
Met afschaffing van netneutraliteit wordt dit controlemodel volledig omgedraaid. Het idee dat een provider tussen een producent en een consument zou gaan staan en een heffing zou eisen om kwaliteit te garanderen is wat iemand als Tim Wu, onderzoeker en leidend auteur als het gaat om netneutraliteit, het Tony Soprano businessmodel noemt. Providers vragen als het ware beschermingsgeld van elke website. Als men betaalt, wordt een kwalitatieve hoge bereikbaarheid van hun dienst gegarandeerd. Ondertussen kan men websites die niet betalen vertragen of in het ergste geval blokkeren. Dit zou een einde betekenen van het gedecentraliseerde karakter van het web, maar het maakt ook een einde aan het web als een markt die innovatie van buitenaf stimuleert.

De grootste innovaties op het web zijn ontstaan in garages en studentenkamers, denk bijvoorbeeld aan YouTube en Facebook. Dit is geen toeval. Netneutraliteit heeft controle door netwerkeigenaren geminimaliseerd, competitie gemaximaliseerd en zorgt ervoor dat het web openstaat voor innovatie van buitenaf. Netneutraliteit garandeert een vrije en competitieve markt voor content en producten. Een voorbeeld van wat er met de markt zou kunnen gebeuren is What’s App. Deze dienst maakt het mogelijk gratis tekstberichten te versturen via het data-abonnement van een mobiele telefoon. Hiermee is What’s App een directe concurrent van de SMS-dienst die een gebruiker afneemt bij een provider. Een provider zou de toegang tot What’s App erg instabiel kunnen maken of in het ergste geval zelfs blokkeren. Een ander voorbeeld is Facebook. Wanneer providers zien dat dit de meest gebruikte dienst op een mobiel netwerk is, kunnen ze extra geld vragen om toegang tot Facebook te garanderen, simpelweg omdat de vraag naar deze dienst het hoogst is. Ditzelfde geldt voor andere diensten zoals YouTube of Netflix.

Web wordt televisie
Zonder netneutraliteit zou het web dezelfde vorm aannemen als het Amerikaanse televisiestelsel. Een handjevol grote bedrijven beheert de toegang en distributie van content en beslist over wat gebruikers te zien krijgen en hoeveel ze dit kost. Branches als het bankwezen, verzekeringen, detailhandel en andere consumentenproducten handelen hun zaken grotendeels via het web af. Zonder netneutraliteit zijn al deze branches overgeleverd aan de nukken van de grote telecombedrijven. Een netneutraal web stimuleert competitie. Een netneutraal web voorkomt oneerlijke prijsafspraken en promoot/stimuleert innovatie en business.

Terugkijken op de cyclus die ik in de eerste post heb beschreven kunnen we concluderen dat het web de cyclus nog niet voltooid heeft. De stroom en de natuur van een groot deel van de content op het web staat nog niet onder toezicht om commerciële redenen. Netneutraliteit geldt voor commerciële partijen als het laatste obstakel. Juist daarom is het zo belangrijk netneutraliteit te behouden en het web te behoeden van de door Wu geschetste cyclus.

Deze post is gebaseerd op mijn scriptie over netneutraliteit voor de studie Nieuwe Media en Digitale Cultuur aan de Universiteit Utrecht. In een volgende post zal ik ingaan op de verwevenheid van het principe van netneutraliteit met een ideologie op het web die vrijheid, gelijkheid en democratie op het web predikt. Daarnaast zullen de raakvlakken met vrijheid van informatie en meningsuiting worden belicht.  Ondertussen meer lezen hierover? Ik heb een bescheiden archief rond dit thema op Delicious.

3 comments on “Netneutraliteit: ideologie vs. commercie (2)

Leave a Reply