Netneutraliteit: ideologie vs. commercie

De eerste scheurtjes in het web als een neutraal ecosysteem zijn al een feit.

Naast alle ontwikkelingen over het wel en wee van Wikileaks en de gevolgen voor de online informatievrijheid staat het internet ook op een ander vlak voor een historische mijlpaal: netneutraliteit staat op de tocht. Gelijkheid van gebruikers en non-discriminatie van data zijn niet meer van deze tijd en maken het internet op de lange termijn niet functioneel, aldus commerciële partijen. Een andere kant van het debat, met onder andere een van de vaders van het web Tim Berners-lee voorop, betoogt dat een neutraal communicatieplatform essentieel is voor de democratie, maar ook voor een markt die draait op innovatie. De eerste scheurtjes in het web als een neutraal ecosysteem zijn echter al een feit.

Overal ter wereld knagen commerciële partijen aan het neutraliteitsprincipe. Misschien overbodig, maar laat ik nog een keer uitleggen wat dit principe precies inhoudt.  Netneutraliteit is een regel die stamt uit de tijd van communicatie via de telegraaf en kent een antidiscriminatieprincipe dat terugkomt in andere grote netwerken zoals het elektriciteitsnetwerk. Netneutraliteit geldt sinds het internet beschikbaar werd voor de consument en houdt in dat elke vorm van data door providers en ‘kabelbeheerders’ gelijk moet worden behandeld. Deze regel is (voorlopig) ook van toepassing op het mobiele web. Of data nou afkomstig zijn van Google, Amazon of een kleine persoonlijke website van een hardcore blogger: alle vormen van data zijn gelijk. Volgens velen is dit het fundamentele basisprincipe van het web dat van het web de open markt heeft gemaakt die het vandaag de dag is: een markt gedreven door innovatie.

Tegenstanders van netneutraliteit, veelal telecombedrijven en internetproviders, pleiten voor afschaffing van dit principe. We gebruiken het internet anders dan vroeger. Waar relatief ‘lichte’ diensten als e-mail, surfen en IM vroeger de bovenhand hadden, zijn de diensten die we nu gebruiker (P2P, videostreaming, VoiP) een veel zwaardere belast voor het netwerk.  Betaalde spitsstroken op internet die onderscheid maken in verkeer en hierop de snelheid aanpassen zouden investeringen om bandbreedte te vergroten mogelijk moeten maken. Dit is volgens deze partijen de enige manier om het web functioneel en up and running te houden. Naast dit praktische argument, pleiten zij ook voor een neo-liberalistische markt: een markt zonder overheidsbemoeienis.

21 december 2010: een historische dag
Op 21 december 2010 nam de Federal Communication Comission (FCC) een set regels aan die het internet in Amerika zou onderwerpen aan een zekere regulatie. Het doel, aldus de FCC zelf, was het behouden van netneutraliteit. Julius Genachowski, voorzitter van de FCC, gaf zijn speech waarin hij inging op het besluit zelfs de titel: ‘Statement On Preserving Internet Freedom And Openness’.  In het kort beschrijft deze set aan regels dat een neutraliteitsprincipe op het reguliere web in stand wordt gehouden en dat er voorlopig geen veranderingen zouden plaatsvinden op het reguliere web. Het voorstel kent alleen veel loopholes waarbinnen telecomaanbieders kunnen manoeuvreren. De voornaamste is dat er onderscheid gemaakt mag worden in dataverkeer om, tijdens grote drukte op het netwerk, ‘redelijk netwerkbeheer’ te kunnen garanderen. Daarnaast maken de regels een onderscheid tussen kabel en mobiele netwerken.

Het mobiele web ligt namelijk direct in de vuurlinie van de grote telecombedrijven. Neutraliteitsprincipes hoeven niet in acht te worden genomen op het mobiele web, wat inhoudt dat aanbieders van mobiel internet onderscheid kunnen maken in gebruikers en de data die zij opvragen via hun mobiele drager. Een storm van kritiek van zowel voor- als tegenstanders barstte los. De tegenstanders van netneutraliteit van het web noemden de regels te beperkt, voorstanders spraken van een ramp voor de ‘gewone’ consument. Verizon gaat het voorstel zelfs aanvechten omdat het volgens hun de bevoegdheid van de FCC te boven gaat.

Overigens claimde Google jarenlang, ingegeven door hun ‘do no evil’-beleid, een voorstander van netneutraliteit te zijn. Maar de zoekgigant haalde afgelopen zomer de voorpagina’s door samen met Verizon een ‘tweede’ internet voor te stellen waar geen netneutraliteit zou gelden. Dit werd de zoekgigant niet in dank afgenomen en ook dit voorstel werd zwaar bekritiseerd. (Wired schreef hier een mooie post over)

En wij dan?
Natuurlijk is ook hier de discussie relevant. De Europese Commissie nam in november 2010 een afwachtende houding aan ten aanzien van de regulering van internet en telecomnetwerken. Met extra regels zou het probleem kunnen ontstaan dat internet- en telecombedrijven minder gaan investeren, aldus Neelie Kroes (verantwoordelijk voor de Digitale Agenda). Vorige week kwam de OPTA met hun beleidsfocus voor 2011. Hierin stapt met kort door de bocht gezegd af van het beschermen van netneutraliteit, maar eist men slechts dat providers transparant zijn over hoe men het netwerk onderhoudt. De consument kan dan zelf kiezen bij welke providers hij wel of niet data wil afnemen. Men wil pas ingrijpen als de keuzes voor de consument te beperkt worden.

Een logische cyclus voor een mediarevolutie
Een blik op de belangrijkste mediarevoluties, telefoon, radio, film en televisie, laat zien dat immuniteit voor commerciële monopolies niet bestaat. Het web lijkt geen uitzondering op deze regel.  Het web is in een logische oscillatie van open naar gesloten terechtgekomen. Een cyclus waar elk ‘revolutionair’ medium uiteindelijk aan moet geloven.  De geschiedenis laat een typische progressie van informatietechnologieën zien: van hobby tot industrie. Uitvindingen als de telefoon, radio, film en televisie doorliepen een zelfde cyclus die start bij revolutionaire nieuwheid en jeugdige, utopische connotaties en uiteindelijk resulteert in een plek die dezelfde (gecentraliseerde) sociale structuren kent als we kennen uit de industriële revolutie.

Elk medium wordt uiteindelijk een sterk gecentraliseerde en geïntegreerde nieuwe industrie. Zonder uitzondering evolueerden alle revolutionaire media, waarbij vrij gebruik werd aangemoedigd om verdere ontwikkeling en persoonlijke expressie te bevorderen, in privaatgecontroleerde, kolossale industrieën waarin de stroom en de natuur van de content sterk onder toezicht staat om commerciële redenen (meer over deze cyclus in het boek The Master Switch van Tim Wu, een onderzoeker aan de Columbia University en een van de leidende auteurs op het gebied van netneutraliteit).

Het debat rond netneutraliteit is relevant voor een ieder die zich online beweegt. Dit komt doordat netneutraliteit verweven is met zaken als vrijheid van informatie en gelijkheid van gebruikers die naast gebruikers van een dienst ook burger zijn. De uitkomst ervan in de vorm van nieuwe wetgeving vormt de toekomst van het web, de manier waarop we communiceren en herstructureert het belangrijkste medium van onze tijd. Hierover volgende week meer.

Deze post is gebaseerd op mijn scriptie over netneutraliteit voor de studie Nieuwe Media en Digitale Cultuur aan de Universiteit Utrecht. In een volgende post zal ik ingaan op de economische motieven achter dit debat. In een derde post ga ik in op de verwevenheid van het principe van netneutraliteit met een ideologie op het web die vrijheid, gelijkheid en democratie op het web predikt. Ondertussen meer lezen hierover? Ik heb een bescheiden archief rond dit thema op Delicious.

3 comments on “Netneutraliteit: ideologie vs. commercie

Leave a Reply